Lagere school

Net als op een reguliere school, tellen onze lagere en middelbare school telkens zes leerjaren. Doorheen de jaren ondervonden de leraren echter dat de leerlingen van het vijfde leerjaar t.e.m. tweede middelbaar toch een aparte groep vormden. Daarom maken wij een opsplitsing in:

> de onderbouw (van 1ste tem 4de leerjaar)
> de middenbouw
(van 5de leerjaar tem 2de middelbaar)
> de bovenbouw
(van 3de tem 6de middelbaar)

Zowel in de onderbouw als in de middenbouw worden de leerlingen vier jaar lang begeleid door één zelfde klasleerkracht.

 

De onderbouw: klas 1 tot 4

Ik heb de wereld lief, want hij is mooi!

In de tweede zevenjaarsfase (van 7 tot 14 jaar) ontdekken de kinderen de schoonheid van de wereld in al haar facetten. Dat geeft hen de moed en de impuls om zélf aan het werk te gaan, om zélf de wereld tegemoet te treden. Vanuit de geborgenheid van de kleuterklas gaan doorheen de onderbouw de deuren en vensters naar de wereld open.

Verhalenstof speelt hierin een belangrijke rol. Elk leerjaar heeft zijn eigen thema’s, passend bij de ontwikkelingsfase: sprookjes in de eerste klas, fabels en legenden in de tweede, 
het oude testament in de derde en de Noorse mythologie in de vierde klas. De verhalen voeden het beeldend denken en het gevoelsleven.

 

Periode-onderwijs

Het hoofdonderricht (lezen, schrijven, rekenen en heemkunde) wordt in perioden gegeven. Dat wil zeggen dat eenzelfde vak gedurende een aantal weken na elkaar dagelijks anderhalf uur wordt behandeld. Op die manier kan de leerstof dieper inwerken.

 

Hoofd, hart en handen

Het kunstzinnige is geen vak op zich maar de grondtoon van het hele leerproces. Schilderen, tekenen, boetseren, eurithmie en toneel staan niet op zichzelf maar zijn ingeweven in de loop van de seizoenen en in de verhalenstof. Er wordt veel gezongen en vanaf de eerste klas leren de kinderen fluit spelen.

De taal is het voertuig van de leerstof. Het levende woord wordt geoefend in recitatie, declamatie en toneel en de schoonheid van de taal is vaak een doel op zich. Vanaf de eerste klas leren de kinderen anderstalige versjes en liedjes, wat hen meteen ook in contact brengt met andere culturen. In de hogere klassen wordt er ook geschreven, gelezen en geoefend in vreemde talen.

Handwerk is voor alle kinderen gelijk. Jongens en meisjes leren naaien, breien, haken, knopen, vlechten, spinnen, weven en, vanaf de vijfde klas, hout bewerken. Goed geoefende handvaardigheid beïnvloedt sterk de fijne motoriek, de taalvaardigheid en het levendig denken.

De turnles in de eerste, tweede en derde klas bestaat uit gevormde buitenspelen, en in de vierde klas uit een speelse ontdekkingstocht aan de verschillende toestellen. In de volgende klassen worden gerichte gymnastiek en sportspelen aangeboden. Zwemmen en andere sporten komen aan bod waar mogelijk.

 

Evaluatie

· Doorheen het schooljaar wordt de evolutie van het kind en de klas regelmatig besproken tijdens klasouderavonden.

· Op het eind van elk jaar krijgen de kinderen een getuigschrift van hun leraar, niet met cijferbeoordelingen maar met een evaluatie en een opdracht in beeldende vorm. Dit vermijdt concurrentie en kadert binnen een bevorderingspedagogie.

 

De middenbouw: klas 5 tot 8
(vijfde leerjaar t.e.m. tweede middelbaar)

 

Ik ontdek een wonderlijke wereld

Rond het tiende levensjaar breekt een nieuwe fase aan. De kinderen bekijken zichzelf en de volwassenen vanuit een ander gezichtspunt. De blik naar de wereld gaat open en de kersverse tieners trekken verwonderd de wereld in.

 

Periode-onderwijs

De algemene vakken (lezen, schrijven, rekenen en later aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde) wordt in perioden gegeven. Dat wil zeggen dat eenzelfde vak gedurende een aantal weken na elkaar dagelijks 2 uur wordt behandeld. Op die manier kan de leerstof dieper inwerken.

 

Hoofd, hart en handen

Op hun ontdekkingsreis kondigen zich nieuwe vakken aan: fysica, mineralogie, geometrische meetkunde, aardrijkskunde en scheikunde. De nadruk ligt op objectieve waarneming en het experiment. Grote durvers en vernieuwers uit onze rijke cultuurgeschiedenis zijn hun reisgenoot: Vasco da Gama, Columbus, Michelangelo, Luther …

In de muzische vakken leert de middenbouwer in harmonie met andere stemmen en in canon te zingen. Het tekenen evolueert naar complexere vormen en kleurschakeringen en de houtbewerking naar een eerste beeldcompositie.

In het kader van de lessen biologie doet ook de tuinbouw haar intrede. De sportieve ontwikkeling stelt meer eisen: de loop- en zwemafstanden worden langer en de tijden sneller.

Met een afsluitend jaarwerk moet de achtste klasser aantonen dat hij er op vrij zelfstandige wijze al in slaagt een onderwerp gestructureerd uit te diepen. De bovenbouw dient zich aan!

 

 

Steinerschool 'Guido Gezelle' Brugge - Astridlaan 86 - 8310 Assebroek - tel 050 37 00 75 - basis(at)steinerschoolbrugge.be - middelbaar(at)steinerschoolbrugge.be